Landhuizen van Curaçao.


Curaçao telt een honderdtal landhuizen, herinneringen aan voormalige plantages en buitenhuizen. Aan het begin van de 19de eeuw waren er op Curaçao ongeveer 400 plantages aanwezig. Op deze landerijen werden pinda’s, maïs, kokos, koffie, suikerriet en verschillende soorten fruit verbouwd. Daarnaast waren er op het eiland verschillende zoutpannen waar zeezout uit geoogst werd. Er werd landbouw en veeteelt bedreven.

Op een groot deel van de plantages lieten de plantage-eigenaren statige plantagehuizen bouwen. Op Curaçao noemen we deze plantagehuizen landhuizen. Oftewel kas di shon, het huis van de heer, of kas grandi, het grote huis.

Het type landhuizen dat op Curaçao staat is uniek in de wereld. Na de verovering van Curaçao door Nederlandse West-Indische Compagnie (WIC) in 1634, gaf de deze opdracht tot de aanleg van de plantages voor de verzorging van haar schepen. Een eigenaar bouwde een huis in boerderijstijl met classicistische elementen en paste deze aan de tropische omstandigheden aan. Door een hoog zadeldak kon het schaarse regenwater worden opgevangen. Als bouwmateriaal werd versteend koraal gebruikt. Oorspronkelijk waren de huizen wit maar na een wet uit 1817 moesten de huizen een andere kleur krijgen. Dat was bijna altijd de kleur geel. Om de vliegen in de war te brengen werden de keukens van binnen rood geverfd met witte stippen.

Door hun koloniale architectuur en verbondenheid met de geschiedenis vormen de landhuizen een belangrijk cultureel erfgoed van het eiland.
De landhuizen werden op hoger gelegen gebied gebouwd, zodat de eigenaar de plantage kon overzien, deze lagen rondom het huis, maar ook doordat de wind door het huis kon waaien en voor verkoeling kon zorgen. Communicatie met andere huizen was zo ook mogelijk en bij dreiging van bijvoorbeeld een opstand was het huis beter te verdedigen.

Het werk op de plantages werd door slaven gedaan. Vanaf 1665 werden duizenden slaven vanuit West-Afrika meegenomen naar de Cariben. Als ze de lange reis overleefden, konden ze op Curaçao een poosje aansterken, om vervolgens verhandeld te worden. Vaak gingen de mannen en vrouwen richting Midden- en Zuid-Amerika; slechts een klein deel van de Afrikanen bleef achter op Curaçao. Sommigen kwamen terecht in de haven, de meerderheid moest aan het werk op één van de vele plantages. Op het terrein waren Kunukuhuisjes te vinden waarin de slaven werden ondergebracht.
Na de afschaffing van de slavernij in 1863 kwamen de plantages dan ook in de problemen, wat tot het verval van de landhuizen leidde.

Bekende landhuizen
Landhuis Kenepa (of Knip), waar de Curaçaose slavenopstand van 1795 begon onder leiding van Tula. Van 2007 tot 2021 was in het gebouw het Tulamuseum gevestigd.

Landhuis Brievengat, uit de 18e eeuw, is het grootste landhuis van het eiland en heeft aan de voorkant twee torens.

Chobolobo, een landhuis met een classicistische gevel. Dit huis stond oorspronkelijk in een zoutpan. Tegenwoordig wordt hier de beroemde Curaçaolikeur gebrouwen.

Ascencion, dat reeds in 1672 werd gebouwd.

Landhuis Bloemhof, gebouwd in Mediterrane stijl, was een waterplantage. In de tuin van het landhuis staan een bijzonder fraai badhuis. Nu is het een ontmoetingsplek voor kunstliefhebbers en vindt je er de kathedraal van doornen.


BOEKTIP – LANDHUIZEN VAN CURACAO / Juwelen van het verleden

Curaçao telt een honderdtal landhuizen, herinneringen aan voormalige plantages en buitenhuizen. Hun architectuur is bijzonder vanwege de Nederlandse invloeden, aangepast aan de lokale, tropische omstandigheden. De laatste decennia zijn veel landhuizen gerestaureerd en vele ervan hebben eigentijdse functies en toevoegingen gekregen. Sommige dienen als vanouds als woonhuis, andere als restaurant, hotel, museum, bibliotheek of kantoor.

Dit boek laat de grote variëteit zien en de huidige stand van zaken: van verval en ruïne tot zorgvuldig onderhoud, soms uitgebreid met hypermoderne aanbouw; van eenvoudig buitenhuis tot grootse plantagewoning. Het boek biedt het meest complete overzicht van landhuizen dat ooit is verschenen.

Auteurs
Journalist Jeannette van Ditzhuijzen dook in de geschiedenis van de verschillende landhuizen, en haalde veel feiten en anekdotes naar boven.

Bouwkundige Michael A. Newton schreef een hoofdstuk over de historie en architectuur van de landhuizen, waarin ook informatie over de plantagecultuur, de huizen van tot slaaf gemaakten op de plantage, bouwmaterialen en -stijlen.

François van der Hoeven en de werkgroep archeologie Curaçao onderzochten de ruïnes en fundamenten van verloren gegane landhuizen voor het hoofdstuk ‘Verdwenen landhuizen’.
Carel de Haseth is schrijver en oud-gevolmachtigd minister van de Nederlandse Antillen. Hij interviewde (voormalige) landhuisbewoners.

Fotografie: Ton Verkuijlen, Brett Russell e.a

Meer lezen:
Landhuis Bloemhof
Tula
Likeur Blue Curaçao
Landhuizen van Curaçao

Verhalen
Curaçaosch Museum
Landhuis Knip
Kleur!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: